In maart 2008 is er door spelende kinderen in een bos in Ulestraten een plastic zak gevonden met daarin een menselijke schedel en scherpe munitie. Volgens internetbronnen heeft het NFI bevestigd dat het om een WOII schedel gaat en vermoedelijk van een Duitse soldaat is. De politie heeft het vermoeden dat de resten zijn opgegraven door een verzamelaar.

Stichting Missing In Action (M.I.A.) heeft hetzelfde vermoeden en wij denken dat resten zijn achtergelaten in de buurt van de oorspronkelijke vindplaats. Dit vermoeden komt voort uit het feit dat op de betreffende locatie tijdens de Tweede Wereldoorlog een Duitse artilleriestelling was (waarschijnlijk Heeresgruppe B, 6. Armee).

Allereerst keurt Stichting Missing In Action (M.I.A.) het deponeren van de menselijke resten sterk af! Beter was geweest om melding te maken tijdens de oorspronkelijke vondst. Door onprofessionele berging van de persoon kunnen belangrijke aanwijzingen verloren zijn gegaan. Het veldgraf is met zekerheid onherstelbaar beschadigd en ons vermoeden is dat er attributen kunnen zijn gestolen zoals de eventuele identificatieplaatjes, persoonlijke bezittingen en persoonlijk standaard uitrusting.
Nog erger is dat er scherpe munitie is neergelegd (3 scherpe handgranaten volgens de meeste bronnen). Dit had voor de kinderen rampzalig kunnen aflopen. Een handgranaat is, zelfs na 65 jaar, nog steeds zéér gevaarlijk.

Onze interesse is wel gewekt bij deze vondst. Graag zou Stichting Missing In Action (M.I.A.) het stuk bos nader onderzoeken.

Zondag 28 september 2008;
We sturen een bericht naar het algemene e-mail adres van de Politie Regio Limburg-Zuid. In deze e-mail wordt er aan het korps gevraagd of;
- er onderzoek is verricht door de omgeving van de vindplaats te onderzoeken d.m.v. metaaldetector?
- de stichting (in samenwerking met de politie) de locatie mag nazoeken met metaaldetectoren?

Maandag 29 september 2008;
We ontvangen een bevestiging van het politiekorps Regio Limburg-Zuid. Hierin de mededeling dat ons verzoek is doorgestuurd naar basiseenheid Heuvelland.

Dinsdag 16 december 2008;
Tot op heden geen reactie mogen ontvangen. Het is nu bijna drie maanden later en we besluiten om nogmaals per e-mail aandacht te vragen voor ons verzoek.

Woensdag 17 december 2008;
- 07:15 - Een bevestiging van het politiekorps Regio Limburg-Zuid met de mededeling dat ons verzoek is doorgestuurd naar basiseenheid Heuvelland.
- 10:00 - Telefonisch contact met een medewerker van Politie Heuvellanden, met allereerst de excuses dat er niet eerder contact is opgenomen. De meneer weet te vertellen dat de handgranaten met zekerheid uit WOII zijn, maar de schedel niet. Volgens hem stamt de schedel uit de Tachtigjarige Oorlog (1568 - 1648). De Tachtigjarige Oorlog is helaas niet ons doel.
- 16:00 - Wederom worden we gebeld door een meneer van Politie Heuvellanden met de excuses dat wij niet eerder zijn benaderd. Volgens meneer zijn de gevonden granaten met zekerheid uit WOII, maar de schedel zeker niet. De schedel was gereconstrueerd door een hobbyist en is niet ouder dan een jaar of 40. Dat zal dus rond de jaren 70 moeten zijn geweest en snel rekenen geeft afwijking van 322 jaar met het eerdere Tachtigjarige Oorlog verhaal. Wederom geven wij aan dat dit niet binnen onze doel valt.

We hebben nu meer vragen dan antwoorden;
Wie stopt er een 400 jaar oude schedel in een plastic zak en legt hem vervolgens in het bos met een WOII granaten?
Waarom geven eerdere internetpublicaties informatie over een schedel van een Duitse soldaat uit WOII?
Wie reconstrueert er een schedel van 40 jaar oud?
Waarom zit er minstens 322 jaar verschil tussen twee verhalen van mensen die vermoedelijk op dezelfde afdeling werken?
Kortom: Ons onderzoek is nog in volle gang

Vrijdag 30 januari 2009;
Gezien het feit dat de Politie Heuvellanden geen duidelijk uitsluitsel kon geven over de exacte tijdsperiode van de gevonden schedel, besluiten wij om contact op te nemen met het Nederlands Forensisch Instituut. Uiteraard hopen wij op positieve reactie van het NFI. Op hun internetsite is niets vinden over deze vondst.
In de e-mail vragen wij of het NFI uitsluitsel kan geven over de tijdsperiode van de schedel. Wij maken duidelijk dat er al contact is geweest met politie en geven aan dat dit contact niet geheel bevredigend was. Tevens lichten wij het doel van onze stichting toe.

Dinsdag 17 februari 2009;
Een bericht van het NFI met de boodschap dat zij geen informatie kunnen verstrekken. Zij adviseren ons contact op te nemen met de politie of het Openbaar Ministerie.
Stichting Missing In Action (M.I.A.) was hier al bang voor. Wij begrijpen dat informatie over onderzoeken inhoudelijk niet worden gedeeld. Maar ja; wie niet waagt, wie niet wint.

Bij de politie en het NFI komen we niet veel verder. We besluiten het project sluiten