Tino Dam - Stichting Missing In Action, Netherlands.
 

Ik deed dit al als kind. Het zoeken met de metaaldetector naar resten en sporen uit de Tweede Wereldoorlog. Ik had toen niet het besef dat er op menselijke resten zou kunnen worden gestuit. Eigenlijk heb ik er nooit zo bij nagedacht en had ik simpelweg niet de kennis die ik nu heb. Uiteraard hoorde ik wel verhalen van gevonden soldaten, maar internet was er toen niet en de krant en het nieuws waren voor mij niet interessant.

Een vriend verzamelde Tweede Wereldoorlog spullen. Hij had een aantal aangeklede paspoppen waaronder een compleet uitgeruste Engelsman, inclusief Lee Enfield. De slaapkamer rook altijd naar mottenballen en museum. Soms rookte we stiekem een sigaretje uit 1942, uit het dakraam van de kamer. Voor de lol staken we wel eens de inhoud van patronen in brand en ik nog weet dat de geur van de kruitdampen heerlijk was.

Nietsvermoedend zoeken in de bossen van Arnhem en de tuinen van het Oosterbeekse Airborne Museum was toen niet ongebruikelijk. Vandaag de dag is dat wel anders! Arnhem, Oosterbeek (Renkum), Nijmegen en meer gemeenten binnen Nederland hebben een detectorverbod. De boetes kunnen in de duizenden Euro’s lopen, waarbij de detector zonder pardon in beslag kan worden genomen. Ik heb voor al deze regels wel begrip. De gaten en kuilen die ik tegenwoordig tegenkom in het bos, zijn een aanslag op de natuur. Voornamelijk wordt de schade veroorzaakt door “schatzoekers”, zonder enig respect voor natuur en andermans eigendommen.

Na jaren lukraak zoeken, werd het tijd voor serieuzer werk. Begin 2008 werd er serieus gepraat over de oprichting van een stichting. Een plan werd gemaakt, waarbij alle leden dezelfde ideeën hadden over de noodzaak en het nut van Stichting Missing In Action (MIA).

Ik persoonlijk vind het schandalig dat er duizenden mensen begraven liggen in veldgraven. De muren op Amerikaanse begraafplaatsen staan vol met namen van vermiste soldaten. Sommige hebben het geluk dat ze toch nog worden teruggevonden, maar bij het merendeel zal dat helaas nooit gebeuren.

Naarmate ik mij verdiep in deze materie, blijkt het in het geheel niet gemakkelijk om informatie te verkrijgen. Zeker over de Duitse slachtoffers valt dit niet mee. Er is wel een database, maar daar kan alleen gezocht worden op naam. De Duitse overheid lijkt helemaal niet te weten (of wil het niet zeggen), wat de exacte cijfers zijn. Het lijkt alsof er na al die tijd nog steeds een soort schaamte bestaat. Dit is begrijpelijk, want ik hoor iedere 5e mei nog steeds de discussie of de Duitser nu wel of niet mogen vieren!

De stichting is naar mijn persoonlijke mening hard nodig. Er zijn maar weinig instanties en personen die zich druk lijken te maken over al de Tweede Wereldoorlog vermisten. Onderweg komen wij meer tegenwerking dan medewerking tegen, en van het kasje naar de muur is geen ongebruikelijk fenomeen.
De stichting is voor mij persoonlijk méér dan alleen een interessante bezigheid. De mensen (want daar spreken we nog altijd over) thuis brengen is een echt doel geworden. De hereniging met familie en een waardige laatste rustplaats is wat ik deze mensen gun. Voor mij maakt de nationaliteit niet zoveel uit.
Tijdens de laatste periode van de oorlog, waren het voornamelijk zeer jonge Duitsers die de ellende tegemoet gingen. Die jongens en meisjes hadden niet de keuzes die wij tegenwoordig in ons vrije bestaan hebben.

Tino Dam, 2008
Voorzitter Stichting Missing In Action (MIA), Nederland.


 Help Stichting Missing In Action (MIA)